4 types van hechting

Veilig gehecht

Als je ouders sensitief en beschikbaar waren en adequaat reageerden op de signalen die je als baby of peuter gaf, 

dan zou je een veilige hechtingsstijl moeten hebben. 


Een veilige hechting betekent dat je je, ook als volwassene, 

prettig voelt bij intimiteit. Je bent warm, liefdevol en benaderbaar voor de ander. Wie met jou een relatie aangaat kan rekenen op emotionele stabiliteit en geen grote pieken en dalen.


Angstige of vermijdend gehecht

Vermijdend-gehechte kinderen hebben, na veelvuldig te zijn afgewezen, geleerd geen beroep meer te doen op hun ouders als ze stress ervaren. Deze kinderen richten hun pijn, verdriet of angst eerder naar binnen, of reageren agressief bij spanning


In sociale contacten houden ze liever afstand, ze kunnen hun eigen boontjes wel doppen.

Ambivalente gehecht

Ambivalent-gehechte kinderen zijn vooral onzeker door het sterk wisselende, inconsistente gedrag van hun ouders. 


Ze zoeken voortdurend nabijheid, zijn soms erg aanhankelijk, 

passief of boos. 

Ze missen het zelfvertrouwen van een veilig gehecht kind.

Gedesorganiseerd gehecht

Een derde groep kinderen is gedesorganiseerd/verstoord-gehecht 

aan de ouders. Van deze kinderen wordt ook wel gezegd dat ze een ‘verstoorde gehechtheidsrelatie’ met hun ouders hebben


Deze kinderen zijn doorgaans opgegroeid met ouders die zowel een bron van steun als bron van angst zijn, bijvoorbeeld doordat de ouders het kind mishandelen of depressief zijn. 


Of doordat een ouder het kind niet kan beschermen tegen het geweld dat plaatsvindt in het gezin. Het jonge kind kan zich niet aanpassen aan deze onoplosbare paradox en laat daarom vreemd, gedesorganiseerd gedrag zien, zoals nabijheid zoeken bij vreemde mensen, of gaan huilen als het zijn ouder 

weer ziet na een korte scheiding. 


Oudere kinderen kunnen extreem angstig, controlerend en bazig gedrag laten zien.